Vandaag hadden we een team-uitje van mijn werk. We hebben eerst het spel “Jachtseizoen” gespeeld: een soort verstoppertje, maar dan met een app, die om de zoveel tijd je locatie doorgeeft aan de zoekers. En daarna gezamenlijk eten: iedereen had wat meegenomen. Salades, brood en smeersels, wijn, quiche, gehaktballetjes, kip, fruit, cheesecake, etc. Zulke etentjes vind ik altijd de leukste: lekker informeel en gezellig. Iedereen doet zijn best om wat lekkers mee te nemen, proeft van alles wat, loopt wat rond en praat met iedereen. Zelf probeer ik altijd iets vegetarisch te maken, omdat dat door iedereen gegeten kan en mag worden. En dan hoef ik me ook niet zo snel zorgen te maken dat mijn collega’s een voedselvergiftiging oplopen omdat mijn gerecht te lang buiten de koeling staat… 
Voor vandaag had ik samosa’s gemaakt: bladerdeeghapjes met een vegetarische vulling. Ik wilde eigenlijk een vulling met spinazie en feta maken, maar een griekse collega nam al een spinazie-feta taart mee, dus heb ik een andere vulling uitgekozen: kruidige kokosrijst met zwarte bonen. Ik had me er wel ietsje op verkeken hoe lang ik erover zou doen om ze te maken: ik had de afkoel-tijd van de vulling niet meegerekend. En dus stond ik gisteravond tot vrij laat nog samosa’s te bakken.
Uiteraard heeft het thuisfront ze even voorgeproefd en goed bevonden. De vulling is lekker hartig, een beetje pittig (maar ook weer niet té) en héééérlijk “creamy”.
Wat mij betreft zeker voor herhaling vatbaar!

Ingrediënten
250 gram risottorijst
1 blik kokosmelk (400 gram)
1 blik zwarte bonen (400 gram)
1 bouillontablet (groentebouillon)
1 grote ui
3 tenen knoflook
1 stukje gemberwortel (ongeveer 3 cm)
1/2 theelepel chilipoeder
ei
zout en peper
olie

Bereiding
Pel en snipper de ui. Schil de gember en de knoflook en snij die zo fijn mogelijk. Laat de zwarte bonen goed uitlekken.
Verhit een scheut olie in een wokpan en fruit hierin de ui aan, met de knoflook en de gember. Roer de chilipoeder goed door de ui. Voeg, als de ui zacht is geworden, de risottorijst toe. Roerbak een paar minuten tot de korrels een beetje glazig worden. Voeg dan een scheut kokosmelk toe. Blijf goed roeren tot het meeste van de kokosmelk is opgenomen door de rijst en voeg dan de volgende scheut toe. Herhaal dit tot alle kokosmelk op is. Kook een halve liter in de waterkoker en los daar in de bouillontablet op. Voeg nu beetje bij beetje de bouillon toe. Voeg de volgende scheut pas toe als het meeste vocht is opgenomen door de rijst. Hoeveel vocht je precies nodig hebt, hangt af van de rijst. Het zal tussen de 600 en 900 ml zijn, verwacht ik. Als je denkt dat de rijst geen vocht meer opneemt, proef dan even of je rijst al gaar is.


Voeg de zwarte bonen toe en roer die goed door de rijst heen. Haal nu de pan van het vuur en laat het rijst-bonen-mengsel afkoelen. Proef het mengsel even en breng indien nodig op smaak met zout en peper.
Verhit nu de oven voor op 175 graden. Haal de plakjes bladerdeeg uit de verpakking en leg ze “los” neer, zodat ze kunnen ontdooien. Bekleed een bakplaat met bakpapier.


Snij een velletje bladerdeeg diagonaal door. Haal van het velletje plastic af en leg met de plakkerige kant boven. Leg er een dessertlepel rijst-bonen mengsel op. Vouw het driehoekje dubbel tot een kleinere driehoek.
Knijp de randjes voorzichtig dicht en duw de randjes met een vork dicht.

Leg ze om-en-om op de bakplaat. Klop het ei los en bestrijk de samosa’s met geklutst ei. Bak de samosa’s midden in de oven in ongeveer 20 minuten tot het bladerdeeg mooi goudbruin van kleur is.

De samosa’s zijn het lekkerste als ze nog warm zijn: dan is het bladerdeeg nog lekker knapperig en de vulling heerlijk romig. Maar je kunt ze ook gewoon koud eten.


Eet smakelijk!

Volg en like:

Social media & sharing icons powered by UltimatelySocial