Vandaag was Free’s laatste dag op de lagere school. Vorige week hadden ze al de 8e groepers voorstelling. En deze week hebben ze naast het opruimen en schoonmaken van de klas, allemaal leuke activiteiten gedaan. Zo hadden ze dinsdag pannenkoeken bij de overblijf, woensdag vossenjacht in de stad (alle juffen verkleed), donderdag met de bovenbouw naar het zwembad en vandaag taartendag. Free wilde samen met mij een taart bakken. De keuze viel op bananentaart! Ik heb deze Antilliaanse bananentaart al eens eerder gemaakt: het is een prachtig taartje met die goudgele plakjes banaan bovenop. En hij is echt héérlijk! Vorige keer was ik niet helemaal tevreden over de foto’s en dacht ik “Ach, ik maak ‘m vást nog wel een keertje”. Nou, en dat was nú, dus. Ik had Edwin donderdag gevraagd om 6 bananen (én roomboter en lichtbruine basterd suiker en een citroen) in huis te halen. En dat is gelukt. De bananen zijn échte authentieke kaasbol-bananen van de overblijf!
Voor ik deze taart de eerste keer maakte, had ik zo’n upside-down bananentaart al een tijdje op mijn verlanglijstje staan. Ik had er namelijk eens een foto van op Pinterest gezien, maar helaas werkte de link naar het recept niet. Maar gelukkig kocht ik een tijdje terug het kookboek “De complete Antilliaanse keuken” van Jurino Ignacio, en daar staat ‘ie in: “Bolo di Bakoba”. “Bolo” betekent vast iets als “taart”, want er staan nog veel meer taart-recepten in die Bolo heten. En “Bakoba” betekent “banaan”. Verder heb ik nog geen recepten uitgeprobeerd. Vooral omdat de Antilliaanse keuken voor mij relatief onbekend is. Maar als ik iets meer tijd krijg, dan wil ik er zéker meer uit gaan proberen…
En ik hoop dat ik na de vakantie iets meer tijd heb. Want eindelijk mag ik dít nieuwtje ook delen: vanaf komend schooljaar gaat Edwin vier dagdelen als conciërge op de Montessorischool werken! Dus Free nam afscheid van school, vandaag, maar wij (en dan natuurlijk vooral Edwin) nog niet! Free ziet het ook wel zitten om zijn papa af en toe van zijn werk te halen. Dan heeft ie een goede reden om nog éventjes terug te gaan…

Ingrediënten
6 bananen
2 x 100 gram roomboter (op kamertemperatuur)
150 gram lichtbruine basterdsuiker
1/2 citroen
1 theelepel kaneel
250 gram zelfrijzend bakmeel
150 gram fijne kristalsuiker
2 eieren
50 ml melk
1 theelepel vanille essence (of 1 vanillestokje)
1/2 theelepel zout

Bereiding
Laat de boter op kamertemperatuur komen.
Verwarm de oven voor op 180 graden. Als de bananen nog niet al te rijp zijn, leg dan één banaan in de oven. Haal de banaan uit de oven als ie zwart is en laat ‘m even afkoelen.
Doe 100 gram roomboter in een steelpannetje, samen met de lichtbruine basterdsuiker, de kaneel en het sap van de halve citroen. Roer goed door en verwarm op een laag pitje tot de boter helemaal gesmolten is en de suiker opgelost en je een mooie, goudbruine karamelsaus hebt. Haal nu het pannetje van het vuur en laat de saus afkoelen.
Klop nu met de mixer de andere 100 gram boter en de kristalsuiker tot een romige massa. Voeg dan de eieren, de melk en de vanille essence toe. Prak de oven-gerijpte banaan (als die niet heet meer is) door het boter-mengsel. Roer het zout door het zelfrijzende bakmeel. Doe dan het bakmeel portie voor portie bij het boter-mengsel. Mix steeds tot het meel is vermengd en voeg dan de volgende portie toe.


Vet een springvorm in met een beetje boter. Je moet zorgen dat de springvorm niet je oven kan lekken. Dit kun je doen door de springvorm ín een ovenschaal of bakplaat te zetten. Ik heb ervoor gezorgd door de springvorm van buiten in te pakken met zilverfolie. Pel nu de bananen en snij ze in niet te dunne plakjes. Leg de plakjes banaan zó in de springvorm dat je de hele bodem er zoveel mogelijk mee bedekt. Als je nog banaanplakjes over hebt, roer die dan door het cakebeslag. Giet de karamel-saus over de plakjes banaan in de springvorm. Houd de springvorm schuin, zodat de karamelsaus alle banaanplakjes en de hele bodem bedekt.


Doe nu voorzichtig het cakebeslag over de banaanplakjes en karamelsaus. Strijk met een spatel voorzichtig een beetje glad. Zet nu de springvorm in de oven en bak de taart in ongeveer 30 minuten gaar.


Na die dertig minuten, of als de taart van boven mooi goudbruin is, prik je even met een satéprikker op diverse plekken in de taart. Als de prikker er droog weer uitkomt, dan is de taart gaar.


Haal de taart uit de oven en laat de taart minstens 20 minuten afkoelen op een rek. Stort dan de taart op een taartschaal. Let op: door de karamelsaus kan dat een beetje een kliederboel worden. Leg de taartschaal óp de springvorm, draai ‘m (boven de gootsteen) zo snel mogelijk om en wacht tot je de taart hoort/voelt “vallen”. Haal dan de springvorm ervan af en leg eventueel achtergebleven plakjes banaan terug op de taart.
Laat de taart nog wat verder afkoelen en de karamelsaus in de taart trekken.

Eet smakelijk!

NB: Als je deze taart zelf ook gaat maken: maak ‘m zo kort mogelijk van tevoren, want (ondanks de citroen en de karamelsaus) verkleurt de banaan best snel. En dan is de taart nog steeds hártstikke lekker; maar dan ziet het er toch iets minder smakelijk uit… Hieronder de verkleuring die in één nacht heeft plaats gevonden. Dus op dezelfde dag nog serveren is het beste!

 

Volg en like:

Social media & sharing icons powered by UltimatelySocial