Zeeuwse bolussen: die stonden al een tijdje op mijn bak-verlanglijstje. Ik weet nog precies dat ik mijn allereerste bolus op heb: mét en dankzij mijn neef Martijn. Ze (mijn oom en tante en neefjes en nichtje) waren op vakantie in Zeeland, op de camping, en ik mocht bij hen logeren. Op een dag gingen we bolussen eten. Dat was het áller-áller-áller-lekkerste wat er was, volgens Martijn. Dat móest ik proeven! De hele weg naar de bakker toe vertelde hij enthousiast over hoe lekker die bolussen wel niet waren. Eenmaal bij de bakker viel het me in eerste instantie een beetje tegen. Ze zagen er niet heel smakelijk uit: een bruin, kleverig hoopje in de vorm van een drol. Van alles wat de bakker in de toonbank had, zou ik zelf dus echt nooit die bolussen hebben gekozen. Maar volgens Martijn was dit héérlijk en móest ik het gewoon proberen! Terug op de camping heb ik mijn allereerste bolus ooit op. In eerste instantie vond ik het vooral maar een kleverige gedoe. Maar hij had gelijk: dit was écht onwijs lekker! Ik heb daarna wel vaker bolussen op, maar die waren nooit meer zo lekker als die van toen. Misschien omdat het enthousiaste aanprijzen ontbrak. Of misschien omdat het gewoon geen echte Zeeuwse waren.
Toen een paar maanden terug het recept voor Zeeuwse bolussen voorbij kwam op het foodblog van Francesca Kookt, heb ik het recept bewaard om vandaag te maken. Vandaag, 26 april, zou Martijn jarig geweest zijn. “Zou zijn”, want een paar jaar geleden is hij overleden.
De bolussen zijn goed gelukt, al zeg ik het zelf. Ze waren héérlijk! Bijna net zo lekker als toen. Bíjna…

Ingrediënten
500 gram bloem
50 ml lauw-warme melk
2 zakjes gist
15 gram kristalsuiker
1 ei
10 gram zout
200 ml water
25 gram roomboter
250 gram donkerbruine basterdsuiker
4 eetlepels kaneelpoeder

Bereiding
Verwarm de oven voor op 225 graden. Roer de gist door de lauw-warme melk. Roer de zout door de bloem.
Doe de bloem in een mengkom, samen met de suiker, het ei, water en de gist. Meng goed door elkaar en kneed tot een smeuiig deeg. Voeg halverwege de boter toe en kneed dat er goed doorheen.

Verdeel het deeg in 10 porties. Was dan de deegresten van je handen. Bebloem je handen en vorm bolletjes van de porties deeg. Leg deze op een vel bakpapier op een bakplaat. Leg er een schone theedoek over en zet op een warme, tochtvrije plek. Laat ongeveer een half uur rijzen.

Roer de kaneel door de bruine basterdsuiker op een bakplaat. Zet een schaaltje water klaar. Strooi wat bloem je aanrechtblad en bebloem je handen. Rol de bolletjes deeg ui tot een streng.

Maak nu de streng nat. In eerste instantie streek ik met een kwastje wat water over de streng, maar het suiker-kaneel-mengsel blijft echt veel beter plakken als je de deegstreng gewoon helemaal onderdompelt in een schaaltje water. Laat het deeg even uitdruppen en leg ‘m dan leg de streng nu in de bakplaat met basterdsuiker-kaneel-mengsel. Hussel goed door elkaar, zodat de streng helemaal bedekt is.

Rol de streng nu op als een dropveter. Leg de bolus op een bakplaat.

Als er vijf of zes bolussen op de bakplaat liggen, zet dan de bakplaat in de voorverwarmde oven en bak in ongeveer 10 minuten gaar.

Haal de ovenschaal uit de oven en leg de bolussen omgekeerd op een grote schaal en laat afkoelen.

Eet smakelijk!

 

Misschien vind je dit ook lekker?

Oreo-bonbons

Worteltaart

Nutellataart

Rabarbermoes

Cashewnotenkoekjes

Pruimentaart

Cheesecake met frambozencompote

Ouderwetse chocolademelk

Nigella’s mandarijncake

Poffertjes

Muffins met blauwe bessen

Appeltaart van oma Balder